Vliegtuigongevallen in Twente 1940-1945 (v.2.0)

De Duitse verliezen van 14 januari 1945.

De aanval op de Duitse olie industrie.

Op 14 januari 1945 lanceerde de 8th Air Force een aanval op de olie industrie in het midden van Duitsland. Een aanvalsmacht van ruim 900 bommenwerpers onder begeleiding van 860 jachtvliegtuigen vloog oostwaarst. RAF Bomber Command ondersteunde deze aanval door overdag 134 Lancasters van No.3 Group een aanval te laten uitvoeren op het spoorwegemplacement van Saarbrücken, zonder daarbij ook maar één bommenwerper te verliezen. Daarnaast vlogen ruim 700 RAF jagers en jachtbommenwerpers operaties boven Nederland en de Belgische Ardennen. In het gebied ten noorden van de Ardennen opereerden ook nog een kleine 250 Amerikaanse vliegtuigen.
De Luftwaffe had simpelweg geen keus en moest massaal de lucht in om deze aanvallen af te slaan, maar leed die dag zeer zware verliezen; minstens 176 Duitse jagers gingen verloren. Negen Duitse jagers kwam neer in Twente. Twee in Enschede, drie in de buurt van het vliegveld, één in Deurningen, twee in Losser en één in Diepenheim; de laatstgenoemde was de enige Messerschmitt Bf 109 die op deze dag in Twente verloren ging. De ander acht toestellen waren Focke Wulfs Fw 190's, type A-8, A-9 en D-9 van de Ie Gruppe van het Jagdgeschwader 1 (I/JG 1).

f51

Een Fw 190 A-8, Wnr.681497, van de JG 4, die op 1 januari 1945 in handen kwam van de Amerikanen, nadat Gfr. Walter Wagner tijdens operatie "Bodenplatte" was aangeschoten en een noodlanding moest uitvoeren. De bewapening is ondertussen uit de vleugels verwijderd. (foto Coll. Erik Hanekamp.)

Het Jagdgeschwader 1 op vliegveld Twente.

Het JG 1 stond sinds 20 mei 1944 onder leiding van Geschwaderkommodor Oberst Herbert Ihlefeld. De Ie Gruppe was op 17 december 1944 naar Fliegerhorst Twente gekomen en werd geleid door Gruppenkommandeur Hauptman Hans Ehlers. Op 28 december werd de leiding over de Ie Gruppe overgenomen door Hauptman Georg Hackbarth, die op 1 januari 1945 sneuvelde tijdens operatie "Bodenplatte", en begraven werd in het Belgische Lommel (Block 40, Graf 358). Op 3 januari 1945 kreeg Major Günther Capito het bevel over de Ie Gruppe.
Op 14 januari 1945 zou de Ie Gruppe Fliegerhorst Twente verlaten, en verplaatst worden naar Flugplatz Jürgenfelde. De vliegers zouden, als gevolg van de Alarmstart die kort na 10 uur 's morgens uitgevoerd werd, Jürgenfelde nooit bereiken!

Het gevecht.

RAF Spitfires van de Canadese 401, 411 en 442 Squadrons vlogen deze ochtend een gewapende verkenning toen ze rond 10.15 uur 's morgens de opstijgende Fw 190's in het vizier kregen. Vijf Fw 190's werden door het 401 Squadron neergeschoten, terwijl 411 en 442 Squadron er elk drie naar beneden haalden. Zeker vijf Fw 190's kwamen net over de grens in Duitsland neer. Twee toestellen bij Gildehaus, één bij Schöppingen, en één bij Ahaus, waarbij de vliegers allen sneuvelden. Eén van de Duitse vliegers maakte een noodlanding bij Stolzenau; de vlieger overleed later aan de gevolgen van de zware brandwonden die hij had opgelopen tijdens het gevecht en de noodlanding. De I/JG 1 verloor in totaal twaalf toestellen, waarbij slechts één van de vliegers het vege lijf kon redden door gebruik te maken van zijn parachute. Van de andere zeven toestellen kwamen er zeker zes in Twente neer, en van één vliegtuig is de crashlocatie onzeker. De zes vliegers die in Twente sneuvelden werden op het Ehrenfriedhof Enschede begraven, en zijn na de oorlog overgebracht naar het Soldatenfriedhof Ysselsteyn in Limburg.
De Canadese Squadrons verloren twee Spitfires in dit gevecht; F/Lt. Land van het 401e Squadron sneuvelde, terwijl F/O. Urquhart van het 442e Squadron zich met zijn parachute kon redden.

De verliezen van het I/JG 1.

Uffz. H. Heidrich

Hans Heidrich was ingedeeld bij de 1e Staffel van het JG 1 en was net opgestegen met zijn Fw 190 A-8, Werkenummer 739325 toen hij werd neergeschoten. In de officiële documenten staat bij de naam Hans Heidrich: "Todesort Losser". Hans Heidrich werd 25 jaar, en ligt thans begraven te Ysselsteyn, graf Q-2-27.

Uffz. W. Kindhäuser

Wolfgang Kindhäuser zat bij de 4e Staffel van het JG 1, en was in de lucht met Fw 190 A-9, Werkenummer 205226. Hij werd neergeschoten door F/Lt. R. Audet van het 411e Canadese Spitfire Squadron. Wolfgang Kindhäuser, geboren in Bad Wimpfenn, sneuvelde volgens het archief van de gemeente Enschede in Losser, werd 22 jaar en is na de oorlog herbegraven te Ysselsteyn, graf R-1-12.

Heidrich Kindhäuser

Het graf van Hans Heidrich.

Het graf van Wolfgang Kindhäuser.




Het was dus Uffz. Hans Heidrich, of Uffz. Wolfgang Kindhäuser die sneuvelde toen zijn Fw 190, om ongeveer 10.30 uur neerkwam op twee dubbele woonhuizen aan de Dinkelstraat, thans Scholtinkstraat in Losser. Bij dit ongeval kwamen uit één gezin, de vader met vijf van zijn kinderen om het leven; de moeder bleef met zes kinderen achter. De andere gezinnen konden het grootste deel van hun bezittingen redden, maar de woningen moesten op dat moment als verloren beschouwd worden. De andere vlieger kwam neer in de "de Zandbergen", een bosgebied tussen Losser en de grens met Duitsland.

f51

De groene pijl wijst naar de huizen waar de Fw 190 op 14 januari 1945 is neergestort. Het dak in meerdere kleuren herinnert vandaag de dag nog aan de ramp van toen. Links onder het voormalige klooster, en daarachter de Protestantse begraafplaats. (foto Coll. Historische Kring Losser.)

Uffz. W. Mämpel

Walter Mämpel vloog bij de 1e Staffel van het JG 1, en was ook opgestegen met een Fw 190 A-8, waarvan het Werkenummer nog steeds onbekend is. Walter Mämpel werd neergeschoten en stortte neer aan de Overmaatweg in Enschede. Hij werd kort daarna begraven op de Oosterbegraafplaats. Na de oorlog is hij overgebracht naar Ysselsteyn, en rust in graf Q-2-28. Walter Mämpel werd 24 jaar.

Uffz. G. Sill

Gunter Sill was opgestegen met Fw 190 D-9, Werkenummer 210224, en vloog net als Mämpel bij de 1e Staffel van het JG 1. Gunter Sill zou op 16 maart 21 jaar worden, en hij was één van de Duitse vliegers die het voor elkaar kreeg een Canadese tegenstander neer te schieten. F/Lt. R.J. Land van het 401e Squadron stortte, als gevolg van de acties van Gunter Sill, neer in de wijk Noord-Berghuizen in Oldenzaal. F/Lt. Land werd in Oldenzaal begraven; in graf 30-3. Kort na het neerstorten van F/Lt. Land moest ook Gunter Sill het onderspit delven, en hij stortte neer aan de noordoost kant van Enschede op een huis aan de Horstlindenlaan. Hij werd uiteindelijk ook overgebracht naar Ysselsteyn, en rust in graf R-1-13.

Uffz. H. Franke

Heinz Franke was ingedeeld in de 2e Staffel van het JG 1, en opgestegen met Fw 190 D-9, Werkenummer 210111 voordat ook hij het slachtoffer werd van de Canadese Spitfires. Heinz Franke stortte met zijn vliegtuig neer aan de Kooikerweg in Deurningen. Hij werd 26 jaar en was daarmee één van de oudere vliegers in zijn eenheid. Ook Heinz Franke vond zijn laatste rustplaats op het Deutscher Soldatenfriedhof Ysselsteyn in graf Q-2-26.

Mämpel Sill Franke

Het graf van Walter Mämpel.

Het graf van Gunther Sill.

Het graf van Heinz Franke.




Fw. O. Schulz

Feldwebel Schulz was bij de 2e Staffel ingedeeld en opgestegen met Fw 190 A-9, Werkenummer 980217, toen hij werd neergeschoten door F/O. Doran van het 411e Canadese Spitfire Squadron. Het is niet precies bekend waar Otto Schulz sneuvelde. Hij is de enige van deze vliegers die nog te boek staat als vermist.
Otto Schulz werd overigens 10 dagen eerder, op 4 januari 1945 boven Twente ook al door Canadese Spitfires neergeschoten. Toen redde hij het wel en kon terugkeren naar Fliegerhorst Twente.

Ofw. G. Kühl

Gerhard Kühl was ingedeeld bij de 3e Staffel en is de laatste in het rijtje van vliegers van de I/JG 1 die in Twente sneuvelde. Mogelijk is ook Gerhard Kühl dicht bij het vliegveld neergekomen. Hij vloog een Fw 190 A-9, waarvan het Werkenummer onbekend is gebleven. Gerhard Kühl, geboren in Pflugrade, werd 21 jaar. Hij is na de oorlog herbegraven in Kyritz, een plaatsje 80 km ten noordwesten van Berlijn. Het is onduidelijk waarom Gerhard Kühl niet, net als zijn mede vliegers die in Nederland omkwamen, te Ysselsteyn werd begraven.

Ofhr. H. Schwager

Helmut Schwager was ingedeeld bij de 2e Staffel, en was met zijn Fw 190 A-8 opgestegen van Fliegerhorst Twente toen hij werd neergeschoten. Hij sneuvelde net over de grens bij het Duitse Schöppingen. Het Werkenummer van zijn Fw 190 is tot op heden nog onbekend. Helmut Schwager, geboren in Waldenburg, werd 20 jaar en hij ligt in het Duitse Schöppingen begraven.

F44 F43

Oorlogsgraven in Schöppingen

De bijna onleesbare grafsteen van Helmut Schwager.




De grafstenen van de oorlogsgraven op de begraafplaats in Schöppingen zijn slechts leesbaar door de inscripties met de vingers af te tasten.

Lt. B. Honsek

Bruno Honsek vloog die dag met Fw 190 A-9, Wnr. 980207, en was ingedeeld in de 1e Staffel van het JG 1. Hij werd neergeschoten boven Duitsland en sneuvelde in de buurt van Gildehaus. Bruno Honsek werd 23 jaar en ligt begraven in Gildehaus.

Fw. G. Rosemund

Günther Rosemund was in de lucht met Fw 190 A-8, Wnr. 960727, en was net als Lt. Honsek ingedeeld bij de 1./JG 1. Ook hij werd boven Duitsland neergeschoten en sneuvelde in de buurt van Gildehaus. Günther Rosemund werd 25 jaar.

Honsek Rosemund

Het graf van Lt. Bruno Honsek op de begraafplaats te Gildehaus (D)

Het graf van Fw. Günther Rosemund op de begraafplaats Gildehaus (D)




Oblt. H. Greuner

Heinrich Greuner heeft, na het luchtgevecht met de Canadese Spitfires, met zijn Fw 190 A-9, Wnr. 980216 een noodlanding kunnen maken ongeveer 1.5 km ten westen van Stolzenau.Hij stierf in het Lazaret als gevolg van de brandwonden die hij had opgelopen. Heinrich Greuner was ingedeeld bij de 4./JG 1, en werd 23 jaar, en ligt begraven in Diepholz.

Ofhr. W. Ade

Wilhelm Ade was ingedeeld bij de 2./JG 1, en vloog deze dag met Fw 190 A-9, Wnr. 980219. Hij kwam neer bij Lünten, ten westen van Ahaus. Wilhelm Ade is de enige van de twaalf vliegers die dit luchtgevecht heeft overleefd.

De 12 vliegers van de I/JG 1

Functie Rang Initialen Naam Nummer Leeftijd Begraafplaats Graf

Flugzeugführer
Flugzeugführer
Flugzeugführer
Flugzeugführer
Flugzeugführer
Flugzeugführer
Flugzeugführer
Flugzeugführer
Flugzeugführer
Flugzeugführer
Flugzeugführer
Flugzeugführer

Uffz.
Ofhr.
Ofw.
Fw.
Uffz.
Uffz.
Uffz.
Uffz.
Lt.
Fw.
Oblt.
Ofhr.

H.
H.
G.
O.
W.
W.
G.
H.
B.
G.
H.
W.

Heidrich
Schwager
Kühl
Schulz
Kindhäuser
Mämpel
Sill
Franke
Honsek
Rosemund
Greuner
Ade

-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-

25
20
21
-
22
24
20
26
23
25
23
21

Ysselsteyn
Schöppingen (D)
Kyritz (D)
Mia
Ysselsteyn
Ysselsteyn
Ysselsteyn
Ysselsteyn
Gildehaus
Gildehaus
Diepholz
Survived

Q-2-27
-
-
-
R-1-12
Q-2-28
R-1-13
Q-2-26
-
-
-
-

Epiloog.

De slachting onder de Duitse vliegers was nog niet voorbij. 's Middags werden in de buurt van Arnhem nog vier Fw 190's neergeschoten door Hawker Tempests van het 3e en 486e Squadron. Van de Duitse vliegers kwamen er twee om het leven. De andere twee wisten zich met hun valschermen in veiligheid te brengen. Als laatste in deze lange rij vliegtuigverliezen verloor ook de 7e Staffel van het Jagdgeschwader 77 (7./JG 77) nog drie toestellen boven oost Nederland. Daarvan kwam er één in Twente neer. Lt. H. Kaiser kon, ondanks dat hij gewond was, zijn vliegtuig op tijd verlaten en kwam met zijn parachute aan de grond. Zijn vliegtuig, een Messerschmitt Bf 109 G-10, Werkenummer 490438, sloeg ten zuiden van Diepenheim tegen de grond.

Dank.

Veel van de aanvullingen op details over de Duitse vliegers van de I/JG 1 heb ik gekregen via John Manrho. Waarvoor mijn dank!



Top van de pagina